Artikel
10
Categorie
Notities
Leestijd
6 min lezen

Software is dood, leve de software!

AI maakt het makkelijker om propriëtaire software na te bouwen. Nu gratis opensourcealternatieven opduiken, moeten bedrijven zoals Adobe mogelijk hun verdienmodel herdenken.

Softwarebedrijven bouwen al tientallen jaren op een vrij eenvoudig economisch principe: complexe toepassingen ontwikkelen kost tijd, geld en vakkennis. Zodra een programma af is, kan het tegen nauwelijks extra productiekosten aan miljoenen klanten worden verdeeld. De ontwikkeling is duur, niet het kopiëren.

Dat principe hielp een sector van honderden miljarden dollars uitbouwen. Bedrijven zoals Adobe, Microsoft en Autodesk verdienen aan toepassingen die concurrenten alleen met veel tijd en geld zouden kunnen namaken. AI verlaagt die drempel nu. Werk waarvoor vroeger grote teams ontwikkelaars nodig waren, kan steeds vaker door een kleine groep worden aangepakt, soms zelfs door één persoon.

In oktober 2026 trok ontwikkelaar Brandon Thomas de aandacht met ArtCraft, een verzameling van zeven gratis opensourcetoepassingen die een groot deel van Adobe Creative Cloud proberen na te bouwen. De projecten zijn geschreven in Rust, met hulp van Claude van Anthropic, en richten zich op Photoshop, Illustrator, Premiere Pro, Lightroom, After Effects, InDesign en Acrobat.

De toepassingen vertonen nog heel wat kinderziektes. Ze zijn traag, belangrijke functies ontbreken en voor professioneel gebruik zijn ze lang niet klaar. Toch is het opmerkelijk dat één ontwikkelaar met AI-hulp al zeven herkenbare alternatieven op poten kon zetten.

Een imperium nabouwen

Achter Creative Cloud zitten tientallen jaren ontwikkelwerk. Adobe's toepassingen bevatten gespecialiseerde gereedschappen, compatibiliteitsfuncties, prestatieverbeteringen en werkwijzen die door jarenlang professioneel gebruik zijn verfijnd. Zo'n volledig ecosysteem nabouwen zou normaal gezien een enorme ontwikkelinspanning vergen.

Volgens de ontwikkelaar van ArtCraft zijn de toepassingen gebouwd zonder toegang tot Adobe's broncode. AI hielp om het uitzicht en de werking van de programma's na te bootsen. De interfaces lijken op die van Adobe, met vertrouwde panelen en gereedschappen, al betekent een gelijkaardig uitzicht niet dat alles ook compatibel is.

Uit tests van Creative Bloq bleken problemen met beeldverwerking, onnauwkeurige maskers, ontbrekende functies en bijzonder trage 4K-videomontage. FilmCraft kon geen Premiere-projectbestanden openen en PhotoCraft had moeite met bewerkingen die Photoshop zonder problemen uitvoert. Voor professionals die elke dag op hun software rekenen, zijn dat serieuze tekortkomingen.

Toch wordt het steeds makkelijker om een herkenbare eerste versie van een programma beschikbaar te maken. Als AI de kosten van die eerste ontwikkeling verder drukt, wordt het voor gevestigde softwarebedrijven moeilijker om hun prijzen alleen te verantwoorden met het argument dat een alternatief bouwen zo duur is.

Software ontwikkelen wordt goedkoper

Moderne AI-tools voor programmeurs kunnen beschrijvingen omzetten in uitvoerbare code, interfaces opbouwen, tests schrijven en helpen bij het opsporen van fouten. Ze maken het oordeel van een ervaren ontwikkelaar niet overbodig, maar kunnen wel de hoeveelheid handwerk verminderen.

Stel dat het vroeger 10.000 euro kostte om een alternatief te ontwikkelen voor een commerciële toepassing met een abonnement van 100 euro per jaar. Als AI het nodige ontwikkelwerk met ongeveer twee derde vermindert, wordt die eerste investering een stuk haalbaarder. Verdeel vervolgens de ontwikkel- en onderhoudskosten over duizend gebruikers en een gezamenlijk gefinancierd opensourceproject kan economisch interessant worden.

Die bedragen zijn hypothetisch. Onderhoud, beveiliging en ondersteuning blijven geld kosten. Het punt is dat een bedrijf zijn broncode kan blijven bezitten, maar toch een deel van zijn prijszettingsmacht kan verliezen zodra dezelfde functies makkelijker door anderen kunnen worden gebouwd.

Er is bovendien een verschil tussen een programma kopiëren en een ander programma bouwen dat ongeveer hetzelfde doet. Software kan dezelfde berekeningen uitvoeren, compatibele bestanden lezen of vertrouwde werkwijzen aanbieden zonder dezelfde code te gebruiken. In een zaak tussen SAS Institute en World Programming oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie in 2012 dat softwarefunctionaliteit, programmeertalen en bepaalde bestandsformaten op zichzelf geen beschermde uitdrukkingsvormen van een computerprogramma zijn onder de toepasselijke auteursrechtregels.

Dat arrest betekent niet dat ontwikkelaars zomaar alles mogen reverse-engineeren. Toegangsbeperkingen, beschermde code en contractuele verplichtingen kunnen onafhankelijke projecten nog altijd bemoeilijken. Maar wie een bruikbaar alternatief wil bouwen, heeft daarvoor niet noodzakelijk de oorspronkelijke broncode nodig.

Voor gebruikers kan dat meer keuze tussen besturingssystemen en minder afhankelijkheid van één leverancier betekenen. Een programma dat alleen op Windows draait, kan een volwaardig Linux-alternatief krijgen. Software die door een commerciële ontwikkelaar is opgegeven, kan door een onafhankelijke gemeenschap verder worden onderhouden. Een propriëtair bestandsformaat kan in meerdere toepassingen bruikbaar worden.

De details maken het verschil

Snel code genereren is niet hetzelfde als betrouwbare software afleveren. Onderzoek naar programmeren met AI levert gemengde resultaten op: sommige gecontroleerde studies tonen productiviteitswinst, terwijl een studie uit 2025 bij ervaren opensourceontwikkelaars vaststelde dat ze ongeveer 19% langer over taken deden wanneer ze AI-tools gebruikten in codebases die ze goed kenden.

Een eerste versie schrijven is maar een deel van het werk. Ontwikkelaars moeten ook testen, fouten oplossen, compatibiliteit behouden, uitzonderlijke situaties opvangen en beveiligingsproblemen aanpakken. Dat ArtCraft kleine installatiebestanden heeft en de toepassingen rechtstreeks in Rust zijn geschreven, maakt ze niet automatisch snel of betrouwbaar.

Open source biedt wel kansen om onafgewerkte projecten te verbeteren. Andere ontwikkelaars kunnen de code bekijken, zwakke onderdelen herschrijven, ontbrekende functies toevoegen en prestatieproblemen onderzoeken. Of ArtCraft genoeg bijdragers zal aantrekken, is nog maar de vraag. Naarmate een eerste versie goedkoper wordt om te maken, kunnen het testen en het onderhoud op lange termijn een steeds groter deel van het werk en de kosten uitmaken.

Waar Adobe straks zijn geld mee moet verdienen

Adobe heeft nog altijd troeven die moeilijk na te bouwen zijn. De toepassingen werken goed samen, professionals kennen de interfaces door en door en bedrijven rekenen erop voor opdrachten waarbij betrouwbaarheid essentieel is. Clouddiensten, ingeburgerde bestandsformaten, ondersteuning en een grote gebruikersgroep geven klanten redenen om te blijven, ook als er gratis alternatieven bestaan.

Maar als concurrerende toepassingen goedkoper worden om te ontwikkelen, moeten softwarebedrijven misschien opnieuw nadenken over waarvoor klanten precies betalen. Betrouwbare infrastructuur, beveiliging, ondersteuning, samenwerking en compatibiliteit kunnen belangrijker worden dan toegang tot een bepaalde verzameling functies. Voor Adobe zou dat kunnen betekenen: flexibelere abonnementen, betere uitwisselbaarheid met andere programma's en minder hindernissen voor klanten die verschillende tools willen combineren.

Kleinere softwareleveranciers kunnen die druk nog sneller voelen. Bestandsconverters, administratieve hulpmiddelen en gespecialiseerde productiviteitstools zijn doorgaans eenvoudiger na te bouwen dan complexe bedrijfsplatformen. Sommige vragen een terugkerend abonnement voor vrij eenvoudige functies. Dat maakt ze geschikte kandidaten voor alternatieven die met AI worden ontwikkeld, zeker als gebruikers samen het onderhoud kunnen betalen.

Ook de manier waarop mensen software gebruiken, kan veranderen. Tot nu toe pasten gebruikers hun werk meestal aan de beschikbare programma's aan. Als ontwikkeling betaalbaar genoeg wordt, kan een klein bedrijf een toepassing op maat van zijn eigen werkwijze laten bouwen. Een opensourcegemeenschap kan dan weer een verlaten programma in leven houden. Gebruikers krijgen zo meer mogelijkheden om software aan hun behoeften aan te passen, in plaats van omgekeerd.

ArtCraft heeft Adobe niet van de troon gestoten. De huidige beperkingen tonen hoeveel werk er nog zit tussen een prototype en een product waarop mensen kunnen vertrouwen. Maar het project laat zien hoe een markt eruit kan zien waarin het steeds goedkoper wordt om een herkenbare concurrent te bouwen. Gevestigde bedrijven blijven voordeel halen uit hun ervaring en ecosystemen, al zullen die troeven niet altijd volstaan om de prijzen te verantwoorden die klanten gewend zijn.

De softwaresector verdwijnt niet, maar de economische spelregels die hem tientallen jaren hebben bepaald, veranderen. Naarmate het goedkoper wordt om dezelfde functies na te bouwen, zullen bedrijven klanten betere redenen moeten geven om te blijven betalen. Alleen de code bezitten is misschien niet langer genoeg.

Volgend artikel

Volgend artikel

Alle teksten

Geef net genoeg informatie